Verslag Groene Sociëteit: Berenklauwconferentie

Verslag van de Groene Sociëteit van 6 maart 2015: Berenklauwconferentie

Gerda Lenselink opent de Berenklauwconferentie en zegt dat naar een dergelijke conferentie over de berenklauw al ruim vier jaar is uitgekeken (al zo lang als Buitenstad bestaat kennelijk). De Berenklauw (Heracleum Mantegazzianum) is een plant die steeds meer in Almere oprukt, op veel manieren werd en wordt bestreden, maar waarvan het de vraag is of hij/zij (allebei goed, de plant is hermafrodiet) alleen maar een probleem vormt, of ook kansen biedt. Veel organisaties hebben met de berenklauw te maken en die organisaties zijn voor deze conferentie uitgenodigd (maar niet allemaal aanwezig) om ervaringen uit te wisselen.

Inloop

Inloop

Historie

Hans Warrink krijgt vervolgens het woord, als de man die de berenklauw (hij spreekt van reuzenberenklauw, een exoot uit de Kaukasus, niet te verwarren met de kleinere inheemse berenklauw) omstreeks 1980 zijn intrede in Almere heeft zien doen. De plant werd door de RIJP uitgeplant, geïnspireerd door het toen populaire idee van het Wilde Tuinieren waarvan Louis Le Roy de voorvechter was (periode 1970-1980). Le Roy paste de berenklauw toe in zijn tuin in Mildam en elders.

In de periode 1980-1990 werd de berenklauw samen met Groot Hoefblad ingeplant bij bruggen in Almere Haven. Door maaien verdween de berenklauw daar weer. Enkele medewerkers van de RIJP hebben de berenklauw omstreeks 1982 stiekem uitgezaaid in het Kromslootpark, bij het Eksternest en bij de Kemphaan. Door het gehalte aan stikstof, organische stof en vocht is de Almeerse bodem ideaal voor de berenklauw.

In 1990-2000 trok de gemeente zich uit geldgebrek goeddeels terug uit de buitenruimte en toen nam het areaal berenklauw explosief toe. In 2000-2010 werkten de diverse terreinbeheerders samen aan een bestrijdingsplan en de uitvoering daarvan. In 2006 werd een dergelijk plan door de gemeente en Staatsbosbeheer (SBB) opgesteld. In dat bestrijdingsplan werd voorzien in een oplossing van het probleem in 10 jaar. Door bezuinigingen is dat bestrijdingsplan in het slop geraakt en het probleem blijkt, nu die 10 jaren bijna verstreken zijn, bepaald nog niet te zijn opgelost.

In de praktijk bleek dat het Romneyschaap dol is op de berenklauw en dus de plant effectief kan bestrijden. Deze schapen zijn dan ook jaren ingezet. Andere gebruikte maatregelen zijn: maaien, biologische maatregelen, chemische maatregelen, mechanische maatregelen (ploegen, uitsteken) en de inzet van vrijwilligers. Er is ook geëxperimenteerd met varkens. Begrazing (schapen, reeën) blijkt goed te werken, in het Schapenbos is weinig berenklauw waar te nemen.  Berenklauw heeft grote delen van het Kromslootpark ontoegankelijk gemaakt voor de recreatie en ook andere delen van de Almeerse buitenruimte. Voor de natuur is dat wel goed.

Hans Warrink vertelt

Hans Warrink vertelt

Pitchers

Marco Nell is schaapherder. Hij laat zijn kudde Schonebekers vier maal per jaar dezelfde locaties begrazen in de oostrand van Almere Haven. Zij blijken minder effectief dan Romneyschapen. Ook zorgen schapen ongewild voor transport van zaden.

Jaap Meeuwissen (SBB) kiest voor het maaien en klepelen van de locaties met berenklauw. Het gaat erom dat de plant niet in zaad komt. Je moet vaak maaien. Het maaien vindt vooral langs de paden plaats, uit oogpunt van bezuiniging. Er is ook gewerkt met chemische middelen, met name Round Up, maar dat tast ook andere gewassen aan. Er is een beheersplan nodig, in samenwerking met andere terreinbeheerders. Met de RWS is het contact minimaal, omdat RWS de bestrijding van de berenklauw overlaat aan de aannemers die aan de A6 werken en dat is ook in de bestekken geregeld.

Lodewijk van Kemenade (LandschapsBeheer Flevoland) benadrukt de inzet van vrijwilligers bij de bestrijding van exoten. Een exoot wordt geïntroduceerd (1), vestigt zich (2), breidt zich uit (3) en bereikt een climax (4). De bestrijding van de berenklauw begon pas toen de plant zijn climax had bereikt. Dus te laat. Je moet al gaan bestrijden in de fasen 1 en 2. Je moet de begrenzing van de locaties waar de plant voorkomt in kaart brengen (zie waarneming.nl). Bestrijding kan het best plaatsvinden door de drietrapsraket: machinaal maaien, maaien met de zeis en schoffelen. Je moet ook de wortels doorsteken, maar dat is arbeidsintensief. Bestrijding houdt niet op bij de grens van het beheersgebied, samenwerking met de ‘buren’ is nodig. Je moet ook de laatste plant weghalen op een locatie.

Jan-Bart Sloothaak (IVN) bestrijdt met zijn organisatie de berenklauw in het Vroege Vogelbos, door te zeisen en te schoffelen (met lange schoffels om de plant niet aan te raken). De planten blijven echter terugkomen, zodat ze nu worden uitgestoken en dat heeft wel blijvend succes. Er zijn veel vrijwilligers nodig en die dragen beschermende kleding. Het gaat erom dat de planten niet tot bloei kunnen komen.

Barbara Meyer zu Altenschildessche fokt Mangalitza-varkens en die zijn uitermate geschikt voor de bestrijding van de berenklauw, want ze eten de wortels tot 40 – 50 cm diep. Het binnenste van de wortel bevat een zachte substantie en die is een lekkernij voor de varkens. Er is een proef geweest in het Kromslootpark. De varkens gingen daar ook de slootkanten in, wat schapen niet doen. Je kan schapen en koeien inzetten voor het opeten van de bovengrondse delen van de berenklauw en varkens voor de wortels (bij voorkeur in de herfst). Inzet van varkens is niet goedkoop onder meer omdat je rasters moet plaatsen. Uit de getoonde afbeeldingen blijkt dat de varkens alles omwoelen, zodat van de vegetatie niet veel overblijft.

Andre van der Beemt (gemeente Almere) vertelt dat de gemeente na 2006 is gestopt met de bestrijding van de berenklauw, uit bezuiniging. In de beeldbestekken staat dat de aannemer verantwoordelijk is, hij mag de berenklauw niet laten bloeien. Anders volgt er een boete. Langs paden wordt wel gemaaid opdat er geen klachten komen van inwoners. Door grondbewerking, waarbij de zaden worden begraven (dus toch bloei?), is veel berenklauw verdwenen. De zaden ontkiemen namelijk oppervlakkig. Ter plaatse worden wel zonnebloemen gezaaid. In Almere Buiten waar Andre werkzaam is, zijn van de 100 onderscheiden locaties waar de berenklauw voorkwam er 50 inmiddels vrij van de plant.

Paneldiscussie

Paneldiscussie

Casper de Groot, adviseur bosbeheer van Stichting Probos, zet samenvattend nog eens alle mogelijke middelen ter bestrijding op een rijtje. Begrazing, uitsteken (arbeidsintensief), maaien (moet je steeds herhalen), bloemschermen wegknippen (lastig als de plant 4 meter hoog is), chemische middelen (nadelig voor overige vegetatie), biologische middelen (die dringen evenwel niet door tot in de wortels).

Zijn voorstellen voor een integrale aanpak van de reuzenberenklauw op regionaal niveau zijn:

  • inventariseren,
  • opstellen bestrijdingsplan/beheersplan,
  • rekening houden met de eigenschappen van de plant,
  • samenwerken,
  • voorkomen van verdere verspreiding,
  • goede voorlichting aan medewerkers en vrijwilligers,
  • treffen veiligheidsmaatregelen.

Plenaire discussie

Aan de plenaire discussie nemen deel: Dick Snel (Staatsbosbeheer ), Casper de Groot (Probos) en Anke Delfos (gemeente Almere).

Het is duidelijk dat een integraal bestrijdingsplan met beheersplan nodig is, gedragen door alle betrokken partijen. In 2006 was er al een dergelijk plan, maar dat liep mis. Inzet van vrijwilligers bij de uitvoering van maatregelen lijkt onontbeerlijk. Een eerste stap kan zijn het vervaardigen van een grote kaart van Almere met daarop alle locaties waar de reuzenberenklauw wordt gesignaleerd. Mogelijk kan de Vereniging Buitenstad daar een rol in spelen.

Of uitroeiing ooit zal lukken is twijfelachtig. Je kan het probleem wel proberen te beheersen, zodat het areaal berenklauw successievelijk kleiner wordt. Op de kaart valt dat dan aan te geven. Meldingen vanuit de bevolking moeten nagetrokken worden. Soms wordt de inheemse gewone berenklauw voor de boosdoener reuzenberenklauw aangezien. Een andere mogelijke benadering is dat je de berenklauw niet alleen als probleem ziet, maar vooral ook als een kans. Wellicht heeft de plant economische waarde, vergelijkbaar met de waterplanten die in Almere worden geoogst en te gelde gemaakt. Je zou er misschien vezels van kunnen laten maken.

Borrel en napraten

Borrel en napraten

Gerard Slokkers, verslag
8 maart 2015

Filmverslag van de conferentie, gemaakt door Jan Frans de Hartog

Reacties zijn gesloten.