Studentenverslag symposium Groen en Gezond, 7 oktober 2015

Verslag gemaakt door studenten van CAH Vilentum, Almere

PLENAIRE DEEL

Op 7 oktober 2015 is een symposium georganiseerd als vervolg op groen en gezond dat in 2011 is gehouden. De thematiek die centraal stond was: De groene en gezonde stad. Het doel van dit symposium wat met name georganiseerd was door Buitenstad en het CAH Vilentum was om kennis te delen, te inspireren en te motiveren. De gezondheid van Almeerders is matig, terwijl er veel groen in Almere aanwezig is. Het is bekend dat groen een positief effect heeft op de gezondheid. De centrale vraag van dit symposium was dan ook: Hoe laten we al dat groen voor ons werken? Hoe trekken we dat groen door tot in de huiskamers en hoe organiseren we dit.

Het symposium werd geopend met een interview met Marian Kuijs, Jan Klopstra en Wouter Baack. Het interview werd geleid door Remco Hafkamp. In dit interview werd vooral besproken hoe groot de urgentie is en wat er momenteel nog meer aan de hand is in Almere. Een van de uitdagingen bleek vooral het financiële aspect te zijn voor de gemeente. Veel groen betekent veel onderhoud en het huidige kwaliteit van het groen laat aan de wensen over. Het groen is lang geleden aangelegd zonder kijk op de toekomst. Er zullen dus veel bomen tegelijk vervangen moeten worden. Het beheer van groen is kostbaar, daarom is het ook voor de gemeente belangrijk om nieuwe verbindingen te zoeken in de wijken. Bij de gemeente staan deze ontwikkelingen nog in de kinderschoenen. De urgentie is groot maar er moet nog veel gebeuren. De gemeente heeft momenteel wel een aantal projecten lopen, maar deze zijn vooral gericht op onderzoek. Maar ook de gemeente vindt groen erg belangrijk, er werd een aantal keer benadrukt dat onze kinderen meer ‘’scharrel kinderen’’ moeten gaan worden. Dit betekent meer buitenspelen en beter groen in de stad om dit mogelijk te maken.

Volgens Marian Kuijs krijgt ook de gezondheidszorg komende jaren met veel uitdagingen te maken. Mensen worden steeds ouder doordat de wetenschap met sprongen vooruit is gegaan. Dit betekent dat er minder mensen dood gaan maar steeds meer mensen oud worden met een chronische ziekte. Ook door demografische ontwikkelingen hebben we steeds meer ouderen in Almere, wat een grote druk op onze voorzieningen betekent. Ook overgewicht onder jongeren is een groot probleem. Er lopen momenteel een aantal projecten om jongeren weer aan het bewegen te krijgen en ze gezonder te laten eten. Uit cijfers blijkt dat deze projecten zeker wel een positief effect hebben.

Uit het gesprek werd geconcludeerd dat transities en nieuwe verbindingen erg belangrijk zijn. Er ontstaat een steeds groter netwerk door de samenwerking van verschillende partijen, zoals bijvoorbeeld stadsbeheer samen met de gezondheidszorg maar ook door samenwerking met bijvoorbeeld de hogeschool. Het beeld voor de toekomst is meer scharrel kinderen in gezondere wijken en misschien wel een stedelijk programma groen en gezondheid.

De tweede spreker was Dinand Ekkel, lector groene en vitale stad aan de CAH Vilentum in Almere. Dinand Ekkel is van origine Toegepast Etholoog en vindt de verbinding met natuur erg belangrijk. Als Etholoog is het erg belangrijk om te kunnen observeren, niet alleen dieren maar ook het gedrag van mensen. De mensen in stedelijke gebieden hebben veel gezondheidsproblemen zoals obesitas, eenzaamheid, chronische ziektes etc. Ook Almere scoort erg laag op de ervaren gezondheid van mensen, de fit norm wordt daarbij ook niet of nauwelijks gehaald. En dit terwijl Almere een van de groenste of misschien wel de groenste gemeente is in Nederland. Onderzoek wijst wel degelijk uit dat groen stress verminderd en verminderde stress heeft weer een positief effect op de gezondheid. Ook zou groen een positief effect hebben op de sociale cohesie. Er werden een aantal mogelijkheden gegeven waardoor het zou kunnen komen dat de Almeerders toch zo’n slechte gezondheidsscore hebben. Het zou kunnen komen dat veel bewoners niet opgegroeid zijn in de omgeving, dus het effect niet hebben meegekregen. Ze hebben daardoor vanaf kinds af aan misschien al weinig contact met groen, natuur en dieren. Daarbij ligt de focus in Almere heel erg op gemotoriseerde mobiliteit. Misschien is het aanbod van recreatie te beperkt in Almere, zijn er wel genoeg wandel- en fietsmogelijkheden. Het zou ook kunnen dat de mensen gewoonweg hele andere zaken aan het hoofd hebben. Of zijn de wijken toch niet goed genoeg dooraderd met groen.

De laatste spreker van het symposium was Xander Beks van Tasty Green Lifestyle experiance. Zijn hoofdvraag was vooral: Hoe motiveer en inspireer je jongeren?. Als young professional heeft hij geprobeerd om de meest duurzame olympische spelen naar Nederland te halen. De spelen brengen een hoop teweeg, het bindt vooral mensen. Xander Beks probeert vooral vanuit een leefstijl te kijken om dingen vorm te geven. Zo pleit hij onder andere voor een transitie in het onderwijs. Waarom stoppen wij kinderen nog voor 8 uur lang in een klas. Hij is vooral opzoek naar de intrinsieke motivatie van mensen. Hiervoor is veel inspiratie te vinden bij de jongeren, jongeren hebben vaak hele goede ideeën. Maar vaak is het toch lastig om een eerlijk antwoord vanuit de jonge generatie te krijgen, het diploma is namelijk het enige einddoel. Toch heeft elke jongeren een droom en is hij/zij geïnteresseerd en gemotiveerd voor iets. Dus hoe creëren we nou ‘’scharrel leerlingen?’’.

Er zijn een aantal voorbeelden van projecten die proberen om dit te bereiken zoals If we meet. Ook is het goed om ruimte te bieden voor de creativiteit van jongeren. Geef het goede voorbeeld en leer ze om meer buiten te gaan kijken. Ook is het belangrijk om dingen aantrekkelijk ofwel ‘sexy’ voor jongeren te maken. Een voorbeeld hiervan is een super snelle gafe elektrische auto zoals een Tesla.

We zitten in een wereld van transities, grote omslagen kunnen gerealiseerd worden door maar een paar mensen.

WORKSHOPS

De gezonde school- en sportkantine

In Almere hebben ruim 5000 kinderen op basisscholen overgewicht. Dit komt door slechte eetgewoonten en te weinig beweging. Een gezonde school en een gezonde kantine bij de sportvereniging kunnen het verschil maken.

Er zijn 4 sprekers aan het woord geweest, maar de tijd was te kort om acties door te spreken of om nadere afspraken te maken. Eigenlijk is er alleen maar een voordracht geweest waarmee de 4 partijen bezig zijn geweest.

René Maertens: manager sport en docent Echnaton, gezonde school in een gezonde wijk.
sportactieve school: overgewicht scholieren Stedenwijk (>21%) omlaagbrengen door extra sportlessen, watertappunten, voedingslessen en het aanpassen van het aanbod in de schoolkantine. Twee jaar later is het overgewicht sterk gedaald
routeplan om school gelopen: veel aanbieders vet voedsel binnen een straal van 500 meter
Kinderen bekend maken met beter voedsel, als ze zelf telen gaan ze dit automatisch ook meer eten > er zijn nu per klas moestuinbakken geplaatst > kinderen eten meer groen.
Verder zijn de ouders van kinderen gebeld die een BMI van >27 hadden. Aansluitend hieraan een 10 weekse sportcursus / kookcursus / levensstijltraining gegeven.
Ambitie is nu om de gezondste school in de gezondste wijk te worden. Hiervoor is een samenwerkingsverband met overige scholen, de gemeente en de GGD gezocht / benodigd.
Linda IJmker: projectleider Instituut voor natuureducatie en gezondheid
Droom: Elke school een groen schoolplein
probleem: Vandalisme, ook op langere termijn schade, bijvoorbeeld als bomen en dergelijke gesloopt worden (lange hersteltijd).
oplossing: 1 tuin voor een aantal scholen, met hek eromheen en beveiligd door buurtbewoners, dus buurt erbij betrekken
Gemeente: advies “om vandalisme te voorkomen inderdaad beveiligen mbv hek of bewaking
Weslie Gerrits: adviseur Gezonde sportkantine JOGG, Flevoland
Sportkantines zijn nog steed het bolwerk van ongezonde dranken en eten, Levrt namelijk de grootste winstmarge op en de sportkantines leveren geld op voor de verenigingen. Mensen hebben vaak na het sporten het foutieve idee: “het mag, want ik heb het er net afgetraind”
Op dit moment is er nog geen gezonde sportkantine in Almere, zijn droom is dan ook om in 2016 minimaal 1 sportkantine gezond te hebben. De voorzitter van de rugbyvereniniging had hier volgens de gemeente wel oren naar en was ook op dit symposium aanwezig.
Kyra Mollema, directeur talentT2move, tennisvereniging Joymere en organisator van het gezondste tennistournooi van Nederland.
ambitie was om in 2013 de gezondste tennisclub van Nederland te worden > bij de leden nagevraagd; voorstellen waren: fitnesapparatuur en gezonde dranken in de kantine.
Dit is geprobeerd, maar had niet het juiste effect.
Er speelt een veel groter algemeen sociaal probleem: De mensen eten gewoon nog teveel in verhouding met hun levenspatroon. Dit zou veranderd moeten worden. Het voorstel was dan ook om groepen mensen bijelkaar te brengen die elkaar daarin versterken.

IkplantmijnboomgaardinAlmere.nl

Wie doet mee en gaat ook een boomgaard aanplanten? Waar kan het in Almere? Een workshop in vooruitkijken, evenwicht vinden in snoeienthousiasme en elk jaar fruit oogsten.

Dit symposium werd gestart met een rondje door de zaal, waarbij eenieder gevraagd werd naar zijn ideeën bij een boomgaard.
Hierbij was een initiatief voor een nieuwe boomgaard in park de uithof, fruitbomen langs de weg, werd er aandacht gevraagd voor onderhoud van boomgaarden, was er iemand die een stuk grond in de aanbieding had en werd de zorg uitgesproken over wat te doen met de oogst.

Hierna volgde een presentatie waarin aangegeven werd:
aandachtspunten bij aanschaf van fruitbomen, plantadviezen: hoeveel compost en hoe oud deze dient te zijn; plantafstanden. Het verschil tussen hoogstam en halfstambomen. Afstemming tussen soorten onderling en bestuivers. Bescherming tegen vraat door middel van metaal of kunstof gaas
Hoe lang het duurt voordta de eerste vruchten verschijnen (5 a 7 jaar).Als takken te ver doorhangen verschijnen er geen vruchten. Snoeien dient met mate te gebeuren, max 30% per keer terugsnoeien.
Snoeimateriaal dien je met 96% alcohol te ontsmetten tussen iedere boom om oversdracht ziekte te voorkomen. Wanneer je het beste kunt snoeien: winter stimuleert scheutgroei, herfst bevordert vruchtzetting. Advies was om een snoeicursus te volgen (bijvoorbeeld bij Landschapsbeheer Flevoland). Soortkeuze: in Almere liever laatbloeiende rassen, omdat er in april zoveel paardebloemen bloeien.
Dit alles zou nog worden omgezet worden in een infosheet.

Als laatste gaf de gemeente aan dat als er vragen waren over locaties of iets dergelijks er contact gezocht diende te worden met de wijkregiseurs of de wijkopzichters, ook kon er gebeld worden met 14036 of info@almere.nl. Ook is nog even het probleem aangekaart dat de meeste locaties maar 3 tot 5 jaar beschikbaar zouden zijn. Hierop volgde het advies om daar dan bijvoorbeeld lavendel te gaan telen.

Uiteindelijk zijn deze actiepunten opgeschreven, zie onderstaande figuur.

De gezonde groene school

Het Groenhorst in Almere is een VMBO school met een focus op groen. In het onderwijs staan 4 pijlers centraal.

  1. Groenbrede vakken
  2. Thema’s zijn vakoverstijgend
  3. Maatschappelijke betekenis van het groen
  4. Duurzaamheid

Uitdaging in deze vorm van onderwijs maar ook bij jongeren in het algemeen is hun passie en talent tot uiting laten komen. Het is de bedoeling dat leerlingen van binnenuit gemotiveerd worden en sectorbreed kennis maken met de beroepstaken in het groen om voor zichzelf een beeld te krijgen van wat er is aan soorten werk en waar zij zichzelf willen ontplooien.

Xander Beks haakt aan op dat idee door te stellen dat dromen en talenten als uitgangspunt genomen moeten worden en dat de intrinsieke motivatie van jongeren moet worden benut om de individuele kwaliteiten van de jongeren optimaal te laten ontplooien.
De school moet zelf gemotiveerd zijn en leerlingen moeten de kans krijgen om zelf verantwoordelijkheid te tonen. De leefwereld van de jongeren moet centraal staan. Het nieuwe onderwijs zoals de toekomstige ontwikkelingen tonen, zal meer inspelen op een goede leerervaring en het ontwikkelen van talenten.

Er wordt gesteld dat het belangrijk is om de leerlingen kennis te laten maken met vakspecialisten en ze te laten leren doormiddel van een casus waarbij ze hun eigen verantwoordelijkheden hebben maar ook hun eigen vaardigheden kunnen ontplooien.

Kas en moestuin voor ouderen en voor de buurt

In deze workshop kwamen er drie mensen aan het woord. Viktor van Zeeland is de drijfveer achter de toonladder. De toonladder is een grote hof tussen de senioren woningen in. Harry Pijning was er namens een stadskas die bij de kiekendief stond. Deze kas is er door een vorige initiatiefneemster gekomen en hij heeft die verantwoordelijkheid overgenomen. Verder was Anna Bilker er van de IVN. Zij is betrokken bij deze twee projecten.

Harry Pijning: De Toonladder is bedoeld om verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar te brengen. Het is een lastige omgeving want het is openbaar groen maar je ervaart het als gesloten. Vitaal voor de buurt is ook lastig want de oude bewoners genieten passief van de natuur. Harry heeft de groenstroken bij dit project betrokken zoals bijvoorbeeld het groenhorst en de CAH. Zij helpen mee in dit gebied. Een belangrijke opmerking was dat als niemand zich eigenaar voelt dan gebeurt er ook niks. De kernvraag is: Hoe krijg je mensen actief betrokken? Het gebied is aangelegd maar hoe krijg je het geprogrammeerd? Met de toonladder ging het voorheen erg goed maar nu niet meer. Dit komt doordat de instroomleeftijd van de omwonenden mensen van ongeveer 60 naar 80 is gegaan. Een flinke vergrijzing dus. Ook was er een bepaalde veiligheidsnorm die flink tegenwerkt. De appels mochten bijvoorbeeld niet in de keuken op het terrein komen. Ze zijn al bezig met de oplossing er komt namelijk een buitenkeuken maar dit bevordert de cohesie niet. Enkele tips waren houd de drempel laag voor de ouderen om te komen. Bijv. laat mensen die afhankelijk zijn van de voedselbank gratis hun groenten verbouwen op het terrein maar laat ze als tegenprestatie twee ouderen meenemen zodat die kunnen toekijken. Zo kunnen deze mensen iets halen en iets brengen.

Viktor van Zeeland: De stadskas is gekomen door Jeanine een bewoner die met het project, zelf bedacht zelf gedaan, financiële steun heeft gekregen waardoor er een stadskas is geplaatst. Jeanine is weg en heeft haar ideeën meegenomen waardoor haar opvolger Viktor zich afvaagt hoe hij de buurt kan betrekken. Er zijn momenteel maar twee vrijwilligers maar ze willen meer mensen gelukkig met die kas maken. De buurt zijn vooral ouderen. Hoe gezond zijn ze nog en hoeveel zouden ze nog kunnen doen? Wat Viktor concreet zoek is iemand die zich actief wil bezighouden met de kas en de omgeving om het leefbaar te krijgen. Er zijn veel kansen maar iemand moet die zaken bij elkaar brengen.

Anna Bilker: Anna Bilker van het IVN werkt aan het project: grijs, groen en gelukkig. Hoe zorgen we ervoor dat er echt iets gebeurd. Dat het sociale domein in een goed programma wordt gezet.

Schooltuinen

Deze workshop werd gegeven door een man van Wageningen universiteit en een man die jaren les heeft gegeven in schooltuinen in Amsterdam en deze schooltuinen ook heeft opgezet. Voor je start met een schooltuin denk na over wat kunnen de kinderen aan en sluit het aan bij het onderwijs. Belangrijk is ook om het hele jaar rond een schooltuin te hebben en het niet bij af en toe een buitenles te houden, zowel voor jezelf maar ook voor de kinderen, dit creëert namelijk meer betrokkenheid. Zorg dat de kinderen uiteindelijk ook iets mee naar huis kunnen nemen.

Huidige situatie in Almere.

  • 22 schooltuininitiatieven
  • Geen samenhang
  • Continuïteit afhankelijk van vrijwilligers
  • Problemen met hondenpoep en vandalisme

Het probleem met het vandalisme is dat er geen hekken geplaatst mogen worden om het gebied af te sluiten. De tip: wees daarin creatief plaats in plaats van hekken dan flinke braambossen.

De ideale situatie volgens de twee workshopgevers

  • Scholen met een succesvolle eigen schooltuin koesteren
  • In ieder stadsdeel een centrale locatie
  • Professionele begeleiding
  • Gekoppeld aan de lesmethode die op school gehanteerd wordt
  • Schooltuin op Floriade 2022

Lekker buiten bewegen

Lekker buiten bewegen draait precies om wat het zegt: Lekker buiten bewegen. Dit kan op verschillende manieren, waarvan skeeleren, fietsen en wandelen er drie zijn.

Het idee is om buiten bewegen voor iedereen toegankelijk te maken; voor zowel mensen die niet gewend zijn om lekker naar buiten te gaan als mensen die gewoon het geld niet hebben om ervoor te betalen.

Skeeleren/skaten

Voor skaters zijn er onder andere inlineskate routes aangelegd (in 1996). Ook zijn er sinds ditzelfde jaar ieder jaar tourtochten. In samenwerking met de VVV zijn er ook routes en themaroutes ontwikkeld voor mensen van buiten Almere. Met een nieuwe app kun je ook via de fietsknooppunten skaten. Een heleboel mogelijkheden dus. Maar wat nu voor de mensen die wel willen skeeleren, maar die niet weten of ze het wel leuk vinden of het niet kunnen betalen? Voor kinderen zijn er 5 gratis lessen beschikbaar om te kijken welke sport bij ze past. Daarna zouden zij eventueel het materiaal moeten aanschaffen om er verder mee te gaan. Of niet? In ieder geval weten ze nu wat ze leuk vinden.

Een idee om het probleem van aanschaf op te lossen, is het uitlenen van ongebruikte skeelers of sportmaterialen. Er zijn een boel mensen die op zolder of in de kast hier veel van hebben liggen, maar het eigenlijk nooit meer gebruiken. Een ander idee is om een soort bibliotheek op te richten, maar dan met sportmateriaal. Hier kun je deze dan lenen om ze later weer terug te brengen. Na een poosje is er misschien zelfs wel genoeg geld opgespaard om zelf materiaal te kopen.

Fietsen

Fietsen is niet alleen plezier, maar het is ook enorm handig. Je kunt je makkelijk verplaatsen, het is goedkoop, je kunt bijna overal parkeren en het is vaak sneller dan de auto. De fiets zorgt voor minder vervuiling. Fietsen ontspant en zorgt voor een voldaan gevoel na afloop. Buiten kun je alles zien en ruiken, deel uitmaken van de natuur. Regelmatig fietsen zorgt er niet alleen voor dat je vrolijker wordt, maar gaat ook overgewicht tegen. Daarnaast werkt het tegen hart en vaatziekten, diabetes, depressie en kanker. Voor mensen die niet zoveel kracht of energie hebben is er zelfs de elektrische fiets. Zo kunnen ze toch genieten en hoeven ze minder zwaar te trappen. In Amsterdam is fietsen zo populair dat er zelfs fietsfiles ontstaan.

De fietsersbond probeert mensen met fietsen de deur uit te krijgen. Zij organiseren onder andere oliebollentochten, bloesemtochten en andere thematochten.

Maar hoe krijg je jongeren en buitenlandse Almeerders nu op de fiets? Het grootste idee is om het voor de jongeren en jonge buitenlandse Almeerders stoer te maken, spannend. Zij moeten er een uitdaging in kunnen vinden en het leuk vinden, in plaats van alleen maar handig of saai. Mountainbikes of een BMX bijvoorbeeld. Ook is het belangrijk om hele jonge kinderen alvast te laten wennen door ze voorop de fiets te zetten. Op die manier groeien ze op met fietsen en krijgen ze al een deel van het verkeer mee. Daarnaast is het belangrijk om het ze gewoon te vragen: wat zouden zij graag willen? De oudere buitenlandse Almeerders hebben er baat bij om de voordelen te zien van fietsen: vrijheid, je komt sneller op je plek en het is goedkoop. Ook kunnen zij fietsles krijgen.

Biowalking

Tegenwoordig is er steeds meer behoefte om de zorg met groen te combineren. Groen kan namelijk de gezondheid van mensen op een positieve manier beinvloeden. Het IVN werkt daarom samen met zorggroepen om Biowalking te ontwikkelen.

Biowalking is bedacht door Jose. Toen zij door haar rug ging zei de dokter dat zij meer moest gaan bewegen. Door dit bewegen ging alles beter. Het idee daarbij: waarom niet wandelen met patiënten? Vooral mensen met diabetes (er zijn ongeveer 8000 diabetici in Almere) hebben veel baat bij meer bewegen in de natuur. Tijdens het wandelen komen er heel andere vragen naar boven dan in de spreekkamer. Omdat er een zorgverlener mee gaat op de wandeling, kunnen mensen om advies vragen, en hoeven zij niet bang te zijn dat ze aan hun lot zijn overgelaten als er iets mis gaat (een hypo bijvoorbeeld). Ze leren tijdens de wandeling weer op hun lichaam vertrouwen en hiermee wordt ook hun zelfvertrouwen weer vergroot. Voor en na de wandeling wordt ook de bloedsuiker gemeten. Na de wandeling is deze waarde veel lager dan voor de wandeling. De gevoeligheid voor insuline neemt dus toe door een wandeling. Het zien van deze voordelen motiveert mensen om dus meer te gaan wandelen en dit ook vol te houden.

Voordelen van biowalking:

  • Toename mentaal en fysiek welbevinden
  • Ontzorging van professionals
  • Medewerkers aandachtiger
  • Minder verzuim
  • Minder medicatiefouten

Chronisch zieken zijn vaak mensen die het financieel slechter hebben dan andere mensen. Daarom is het belangrijk dat hun financiële bijdrage aan biowalking zo laag mogelijk blijft. Een professional en biowalking kosten echter tijd, geld en energie. Hoe kan dit dan toch worden gerealiseerd? Een idee is om te bewegen op recept. De kosten zijn hiervoor echter hoog. Een ander idee is een kleine bijdrage van deelnemers vragen, en kijken of de rest kan worden gesubsidieerd. Er kan een samenwerking ontstaat met de diabetesvereniging. Het IVN werkt zelf al met vrijwilligers. De diabetesvereniging verzorgt een basiscursus diabetes. Deze is gratis en leert mensen meer over wat diabetes is en hoe je ermee om kunt gaan. In Den Haag loopt biowalking al. Het IVN zorgt hierbij voor een natuurgids. Een ander idee is om bijvoorbeeld samen te gaan werken met studenten. Zij kunnen onderzoeken welk effect biowalking heeft op mensen op langere termijn. Met een dergelijk onderzoek is het misschien ook mogelijk om subsidie te krijgen.

Distributie van lokaal voedsel

Onder leiding van Marjorie Former.

Na het voorstelrondje van de aanwezigen vertelde Wessel Schot van Efibia waar Efibia voorstaat. Efibia is een groente teelt bedrijf in Almere buiten met een kas en 3 hectare buitenteelt. Ze telen ruim 70 soorten groenten en doen dit op een zo natuurlijk mogelijke manier. Waarbij rekening wordt gehouden met elektromagnetische straling, kwaliteit van water en eigen zaadteelt. Het hele proces van zaadje tot plant wordt door het bedrijf zelf uit gevoerd in harmonie met de natuur.

Casper Kromkamp van de natuurwinkel Almere vervolgde de workshop met een korte historie van de natuurwinkel, het assortiment aan lokale producten in de winkel tegenwoordig. De inkoopvoorwaarde van 80% vanuit de franchise organisatie, de vraag wat is nu lokaal en de herkenbaarheid (geen keurmerk) van lokale producten werden naar voren gebracht als uitdagingen in het vraagstuk. Tineke van de Berg van de stadsboerderij voegde hier het opschalen van de afzet als akkerbouwbedrijf aan toe. Van de 35 vrachtwagens peen die de stadsboerderij word slechts een fractie rechtstreeks verkocht in Almere. Vervolgens is aandacht besteed aan het fenomeen dat lokale geteelde producten die lokaal gegeten worden bijdraagt aan de betrokkenheid en tevredenheid en daarmee de gezondheid van de burgers. Almeerse Weelde werd in dit verband genoemd als lokaal merk voor producten uit het landschap van Almere rechtstreeks in Almere verkocht.

In de hierop volgende discussie werd de complexiteit van het vraagstuk verder uitgebreid. Belangrijk en centraal punt hierbij is de kennis van de burger. Voorlichting en met name story telling zouden hierin een belangrijke bijdrage kunnen zijn om dit probleem op te lossen. De kennis omtrent voedsel zou gedefinieerd kunnen worden als kritische prestatie indicator. Deze kritische prestatie indicator kan vervolgens in een model afgezet worden tegen de doelgroep en vervolgens de distributiemethode. In een dergelijk model zou gemakkelijk kunnen afleiden welke distributiemethode in welke context en bij welke doelgroep werkt.

Transitie in de Buitenvaart

Sessie onder leiding van Remco Hafkamp

In deze sessie hebben twee ondernemers uit de buitenvaart hun verhaal verteld hoe zij hun transitie hebben ervaren en waar ze nu staan.

Ron van Zwet, oud rozenkweker, vertelde als eerst over zijn transitie. De oude rozenkwekerij was niet langer economisch rendabel. Dit was de basis voor verandering. In de transitie onderkende Ron structurele veranderingen in de maatschappij zoals, snelheid van informatie, energie crisis, financiële crises en de brede kennis die nodig is. Daarnaast doorzag Ron dat de prijs van de primaire producten veel lager was dan de prijs die de consument betaald. Grote vraag die ontstond; Wat in deze context te telen? Het antwoord op deze vraag voor Ron bleek moestuintjes te zijn in de kas. Mensen kunnen een moestuin huren in de kas. Naast groenteteelt ligt er ook nadruk op ontspanning, educatie en beleving in de kas. Als kweker en mens is Ron zelf veranderd. Zoals zelf aangeven is er tegenwoordig minder, andere dag prestatiedruk, omgang met klanten is een nieuwe dimensie en omgang met diverse culturen. Concluderend is het vak heel anders, van kweker naar mensen naar de zin maken. Tot slot werd aangegeven dat netwerk, omgang en begrip van de gemeente en het opereren uit eigen kracht als belangrijke voorwaarden worden gezien voor verandering.

Jolande van Adrichem vervolgde de sessie met een verhaal over haar transitie. Van rozenkwekerij naar de zorgkwekerij; weet hoe je leeft. Vanuit het Westland gekomen en als rozenkweker in Almere neergestreken is ook bij Jolande de lage rendementen de rozenkwekerij fataal geworden. Na een periode van rust, bezinning en op krabbelen is Jolande voorzichtig weer met ondernemen begonnen met een zorgboerderij. Om ervaring op te doen heeft Jolande eerst gewerkt in de sector en opleidingen gevolgd. De zorgkwekerij biedt tegenwoordig dagbesteding aan ouderen, kinderen en jongeren. Activiteiten worden in allerlei varianten aangeboden van fiets repareren tot van bessen jam maken en verkopen. Weet hoe je leeft is tegenwoordig een stichting en het doel is om een mooie ontmoetingsplek te creëren.

Na deze twee transitie verhalen hebben we gesproken over dat transitie bij jezelf begint. Je moet jezelf durven te veranderen, proeven aan andere activiteiten dan dat je gewend bent. Belangrijk is om te onderkennen waar je de kracht vandaan haalt en je altijd van een diepte punt een kans probeert te maken. Iedereen doet dit op zijn eigen manier en daarbij is het netwerk om je heen als steun belangrijk. Transitie doe je ook met elkaar als het gaat om de relatie tussen buitenvaart en de stad. De transitie in de buitenvaart verdient ook aandacht op de Floriade als geslaagd voorbeeld van sociale innovatie in de tuinbouw.

Gezonde jeugd in een gezonde stad

De gemeente ontwikkelt allerlei programma’s voor het beheer van de stad, zoals luchtkwaliteit, milieu en gezondheid. Ondanks de vele groenvoorzieningen in Almere is de jeugd toch letterlijk een zorgenkindje. Reden voor de gemeente om te kijken naar de levensstijl van de Almeerder en dan voornamelijk de jongeren.

Vele jongeren in Almere kampen met dezelfde gezondheidsrisico’s zoals onder andere overgewicht, toename van het aantal allergieën, stress en slaapstoornissen. De gemeente vraagt zich af waarom jongeren in Almere ondanks de vele activiteiten in de groene ruimte daar geen gebruik van maken. De gemeente wil de gezondheid van jongeren verbeteren doormiddel van de groene ruimte en daar moet een programma voor worden opgesteld.

De gemeente neemt de volgende 5 stappen voor het creëren van programma’s.
1. Inventariseren
2. Meten
3. Marketing en communicatie
4. Verbinden van activiteiten
5. Programma

Wat Almere wil creëren is een gezond landschap en de uitdaging is hoe jongeren actief deel kunnen gaan nemen aan de groene ruimte.
Tijdens de discussie kwam naar voren dat er ingespeeld moet worden op wat de jongeren nu motiveert. Een van die ‘tools’ is de media in al haar vormen, diverse apps stimuleren jongeren om spelenderwijs weer gebruik te gaan maken van de buitenruimte. Ook moeten jongeren als doelgroep zelf benaderd worden met wat er allemaal te doen is in de groene ruimte, veelal verloopt de communicatie tussen initiatiefnemers van activiteiten naar derden partijen in plaats van naar de doelgroep (dus de jongeren) zelf. Actiepunt omvat met partijen in gesprek te gaan die weten hoe de doelgroep bereikt en gemotiveerd kan worden om naar buiten te gaan.

Reacties zijn gesloten.